Slotintervisie pilootprojecten nalatenschappen: verschil tussen versies
k Categorie toegevoegd |
k Auteurs toegevoegd. |
||
| (Een tussenliggende versie door een andere gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
[[Bestand:20251104 IntervisiePanelgesprek.jpg|miniatuur|Panelgesprek fondsenwerving]] | |||
Op 4 november organiseerden AMVB, CEMPER, CKV en VAi een intervisiedag voor [https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/cultuur/cultureel-erfgoed/subsidies-cultureel-erfgoed/projectsubsidies-cultureel-erfgoed/pilootprojecten-nalatenschappen-kunstenerfgoed de 25 pilootprojecten nalatenschappen]. Deze dag stond in het teken van de toekomst: hoe ga je verder na het pilootproject? We verwelkomden zo’n vijftig deelnemers. Hier lees je het verslag van de dag. | Op 4 november organiseerden AMVB, CEMPER, CKV en VAi een intervisiedag voor [https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/cultuur/cultureel-erfgoed/subsidies-cultureel-erfgoed/projectsubsidies-cultureel-erfgoed/pilootprojecten-nalatenschappen-kunstenerfgoed de 25 pilootprojecten nalatenschappen]. Deze dag stond in het teken van de toekomst: hoe ga je verder na het pilootproject? We verwelkomden zo’n vijftig deelnemers. Hier lees je het verslag van de dag. | ||
| Regel 10: | Regel 11: | ||
Caro ontwikkelde haar pakket voor de lessen muzische vorming rond de thema’s beeld, muziek en media. Ze stelde telkens lesdoelen op, gekoppeld aan de eindtermen cultureel bewustzijn. Zo kunnen leerkrachten inschatten hoe het pakket past in hun lessenplan en kunnen ze er direct mee aan de slag. Daarnaast creëerde ze nog diverse hulpmiddelen voor leerkrachten, zoals een evaluatiefiche, lesdoelen met verschillende moeilijkheidsgraden en een video met het lesverloop. | Caro ontwikkelde haar pakket voor de lessen muzische vorming rond de thema’s beeld, muziek en media. Ze stelde telkens lesdoelen op, gekoppeld aan de eindtermen cultureel bewustzijn. Zo kunnen leerkrachten inschatten hoe het pakket past in hun lessenplan en kunnen ze er direct mee aan de slag. Daarnaast creëerde ze nog diverse hulpmiddelen voor leerkrachten, zoals een evaluatiefiche, lesdoelen met verschillende moeilijkheidsgraden en een video met het lesverloop. | ||
[[Bestand:20251104 CaroThoelen.jpg|miniatuur|Caro Thoelen tijdens haar presentatie]] | |||
Voor de les beeld leerden de leerlingen over compositie, lijndikte en lijnsoorten. Vervolgens konden ze zelf met lijnen experimenteren. Ze kregen ook informatie over Ado Hamelryck als kunstenaar. Voor de les muziek gingen ze in groepjes aan de slag om, geïnspireerd door een werk van de kunstenaar, zelf iets te creëren met body percussion. Het herhalen van motieven stond hierin centraal. Ten slotte deden de leerlingen zelf onderzoek naar Ado Hamelryck en zijn oeuvre tijdens de les media, en ontwierpen ze een eigen poster of flyer over hem. | Voor de les beeld leerden de leerlingen over compositie, lijndikte en lijnsoorten. Vervolgens konden ze zelf met lijnen experimenteren. Ze kregen ook informatie over Ado Hamelryck als kunstenaar. Voor de les muziek gingen ze in groepjes aan de slag om, geïnspireerd door een werk van de kunstenaar, zelf iets te creëren met body percussion. Het herhalen van motieven stond hierin centraal. Ten slotte deden de leerlingen zelf onderzoek naar Ado Hamelryck en zijn oeuvre tijdens de les media, en ontwierpen ze een eigen poster of flyer over hem. | ||
| Regel 44: | Regel 45: | ||
* Een testament treedt in werking bij overlijden en kun je tijdens je leven herschrijven. Je kunt je testament opmaken bij een notaris of ‘met de hand’. Van wat je bij je overlijden nalaat, is sowieso de helft voorbestemd voor je kinderen. Met de andere helft mag je doen wat je wilt. Je betaalt een lagere erfbelasting als je nalaat aan de overheid, een vzw of een stichting. | * Een testament treedt in werking bij overlijden en kun je tijdens je leven herschrijven. Je kunt je testament opmaken bij een notaris of ‘met de hand’. Van wat je bij je overlijden nalaat, is sowieso de helft voorbestemd voor je kinderen. Met de andere helft mag je doen wat je wilt. Je betaalt een lagere erfbelasting als je nalaat aan de overheid, een vzw of een stichting. | ||
* Een schenking doe je bij leven. Als de schenking wordt aanvaard, kun je hier niet meer op terugkomen. Je kunt schenken met een notariële akte of een handgift, maar een huis of atelier moet je altijd via een notaris schenken. Bij een notaris betaal je altijd schenkbelasting. Die is lager dan de erfbelasting en heeft ook een verminderd tarief voor schenking aan een vzw, stichting of de overheid. Bij een handgift betaal je enkel schenkbelasting als je de gift registreert, maar als je níét registreert en de schenker overlijdt binnen de vijf jaar, moet je toch erfbelasting betalen. | * Een schenking doe je bij leven. Als de schenking wordt aanvaard, kun je hier niet meer op terugkomen. Je kunt schenken met een notariële akte of een handgift, maar een huis of atelier moet je altijd via een notaris schenken. Bij een notaris betaal je altijd schenkbelasting. Die is lager dan de erfbelasting en heeft ook een verminderd tarief voor schenking aan een vzw, stichting of de overheid. Bij een handgift betaal je enkel schenkbelasting als je de gift registreert, maar als je níét registreert en de schenker overlijdt binnen de vijf jaar, moet je toch erfbelasting betalen. | ||
* Je kunt een controlestructuur oprichten. Op deze manier kun je versnippering tegengaan en is je nalatenschap geen deel van je privévermogen, waarop je belast wordt. Via een positie in het bestuur kun je nog controle behouden. Bij zo’n structuur komen wel administratieve formaliteiten en kosten kijken waar je rekening mee moet houden. | * Je kunt een controlestructuur oprichten. Op deze manier kun je versnippering tegengaan en is je nalatenschap geen deel van je privévermogen, waarop je belast wordt. Via een positie in het bestuur kun je nog controle behouden. Bij zo’n structuur komen wel administratieve formaliteiten en kosten kijken waar je rekening mee moet houden.[[Bestand:20251104 MarietCalsius.jpg|miniatuur|Interactie vanuit het publiek]] | ||
Als je ervoor kiest om een juridische structuur op te richten, heb je opnieuw verschillende mogelijkheden, zoals een maatschap of een stichting. Alle informatie over deze structuren kun je nalezen in de [https://www.cultuurloket.be/kennisbank/bescherming-van-je-creatie/zakelijke-omkadering-van-je-artistieke-nalatenschap brochure die Cultuurloket opstelde over nalatenschappen]. Je kunt verschillende structuren combineren, bijvoorbeeld een vennootschap voor de materiële eigendom, maar een vzw voor de gebruiksrechten. Je formaliseert dit in juridisch bindende documenten, waarvoor je je best laat begeleiden. Je stelt ook best een cultureel ondernemingsplan op voor zaken zoals kosten, personeel, verzekering, … | Als je ervoor kiest om een juridische structuur op te richten, heb je opnieuw verschillende mogelijkheden, zoals een maatschap of een stichting. Alle informatie over deze structuren kun je nalezen in de [https://www.cultuurloket.be/kennisbank/bescherming-van-je-creatie/zakelijke-omkadering-van-je-artistieke-nalatenschap brochure die Cultuurloket opstelde over nalatenschappen]. Je kunt verschillende structuren combineren, bijvoorbeeld een vennootschap voor de materiële eigendom, maar een vzw voor de gebruiksrechten. Je formaliseert dit in juridisch bindende documenten, waarvoor je je best laat begeleiden. Je stelt ook best een cultureel ondernemingsplan op voor zaken zoals kosten, personeel, verzekering, … | ||
| Regel 148: | Regel 149: | ||
DCJM ziet een nood voor de toekomst om verder te werken rond kunstenerfgoed. De nood was immers hoog, maar is dat nog steeds. Er komt dan ook een participatietraject aan waarin veel stakeholders bevraagd zullen worden. Wie wil wat doen (en wie doet wat al)? En hoe kunnen we deze initiatieven stroomlijnen tot een coherent geheel? Er zal hierbij niet top-down gewerkt worden, maar bottom-up, rekening houdende met hoe de erfgoedsector dit zelf georganiseerd wil zien. Bestaande bewegingen (positionering CKV enerzijds en initiatieven rond danserfgoed anderzijds), zullen hierin ook worden meegenomen. Tot slot ziet DCJM ook een noodzaak tot een overkoepelend platform rond kunstenerfgoed dat als eerste aanspreekpunt kan dienen binnen het decentraal model dat gehanteerd wordt binnen de dienstverlening en het collectiebeheer voor kunstenerfgoed. | DCJM ziet een nood voor de toekomst om verder te werken rond kunstenerfgoed. De nood was immers hoog, maar is dat nog steeds. Er komt dan ook een participatietraject aan waarin veel stakeholders bevraagd zullen worden. Wie wil wat doen (en wie doet wat al)? En hoe kunnen we deze initiatieven stroomlijnen tot een coherent geheel? Er zal hierbij niet top-down gewerkt worden, maar bottom-up, rekening houdende met hoe de erfgoedsector dit zelf georganiseerd wil zien. Bestaande bewegingen (positionering CKV enerzijds en initiatieven rond danserfgoed anderzijds), zullen hierin ook worden meegenomen. Tot slot ziet DCJM ook een noodzaak tot een overkoepelend platform rond kunstenerfgoed dat als eerste aanspreekpunt kan dienen binnen het decentraal model dat gehanteerd wordt binnen de dienstverlening en het collectiebeheer voor kunstenerfgoed. | ||
''Auteurs: Christopher De Keyser ([[AMVB]]), Justine Van Gysel [[CEMPER|(CEMPER]]) en Birthe Verscuren [[CEMPER|(CEMPER]]).'' | |||
[[Categorie:Nieuws]] | [[Categorie:Nieuws]] | ||
Huidige versie van 16 dec 2025 om 08:38

Op 4 november organiseerden AMVB, CEMPER, CKV en VAi een intervisiedag voor de 25 pilootprojecten nalatenschappen. Deze dag stond in het teken van de toekomst: hoe ga je verder na het pilootproject? We verwelkomden zo’n vijftig deelnemers. Hier lees je het verslag van de dag.
Stellingen
We begonnen de dag met enkele stellingen om het ijs te breken. Veel projecten konden niet alles doen wat ze hadden gepland of komen nog altijd nieuw materiaal tegen, maar bijna iedereen is tevreden met het resultaat en waar ze nu staan. De meeste projecten hebben ook ideeën over wat ze zouden doen na het pilootproject.
Getuigenissen
Nalatenschap van Ado Hamelryck (Caro Thoelen)
Daarna kwamen drie pilootprojecten aan bod die getuigden over de resultaten en output van het pilootproject en wat hun verdere plannen zijn. Eerst kwam Caro Thoelen aan het woord, die getuigde over de nalatenschap van Ado Hamelryck. Als deel van haar lerarenopleiding ontwikkelde ze educatieve pakketten voor lager en secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Je kunt deze pakketten vinden op de website van ECRU. Ze besprak tijdens de intervisie haar lespakket voor het lager onderwijs.
Caro ontwikkelde haar pakket voor de lessen muzische vorming rond de thema’s beeld, muziek en media. Ze stelde telkens lesdoelen op, gekoppeld aan de eindtermen cultureel bewustzijn. Zo kunnen leerkrachten inschatten hoe het pakket past in hun lessenplan en kunnen ze er direct mee aan de slag. Daarnaast creëerde ze nog diverse hulpmiddelen voor leerkrachten, zoals een evaluatiefiche, lesdoelen met verschillende moeilijkheidsgraden en een video met het lesverloop.

Voor de les beeld leerden de leerlingen over compositie, lijndikte en lijnsoorten. Vervolgens konden ze zelf met lijnen experimenteren. Ze kregen ook informatie over Ado Hamelryck als kunstenaar. Voor de les muziek gingen ze in groepjes aan de slag om, geïnspireerd door een werk van de kunstenaar, zelf iets te creëren met body percussion. Het herhalen van motieven stond hierin centraal. Ten slotte deden de leerlingen zelf onderzoek naar Ado Hamelryck en zijn oeuvre tijdens de les media, en ontwierpen ze een eigen poster of flyer over hem.
Nalatenschap van Wim Henderickx (Bea Steylaerts & Hannes Vanlancker)
Als tweede vertelden Bea Steylaerts en Hannes Vanlancker over de nalatenschap van Wim Henderickx. Zij hebben zeer veel kunnen doen, ook al zijn ze niet klaar geraakt. Ze beschreven het fysiek archief op stuk- of mapniveau, waarbij het een echte meerwaarde was dat Wim zeer geordend werkte. Ze willen nu alles zuurvrij bewaren. Ze fotografeerden en beschreven ook zijn instrumentencollectie. Daarnaast beschreven ze het digitaal archief per compositie, met telkens linken naar ander materiaal zoals schetsen en notities. Hiervoor bouwden ze een databank. Op deze manier hebben ze een integrale catalogus kunnen samenstellen, inclusief onuitgegeven werken.
Recent hebben ze de Stichting Wim Henderickx opgericht, om zich te omringen met mensen die kunnen helpen om toekomstige projecten uit te voeren. Ze maakten ook een nieuwe website, ter vervanging van de verouderde website die reeds bestond, en zijn betrokken bij diverse onderzoeksprojecten. Daarnaast zal Diederik Glorieux, de assistent van Wim, zijn onafgewerkte composities voltooien en verschijnt eind 2027 een biografie. Ze namen interviews af om alles juist te kunnen contextualiseren en zetten een festival op waarin Wims oeuvre zal uitgevoerd worden.
In de toekomst willen ze in de databank geautomatiseerd de instrumentatie per werk aanduiden. Vanuit de annotaties van Wim bij zijn composities zullen er ook nieuwe uitgaven verschijnen, en ze plannen orkestraties en arrangementen voor andere bezettingen, iets wat Wim zelf ook vaak deed. Daarnaast willen ze ook zijn ideeën en praktijk laten voortleven, onder andere door die te documenteren en de compositiestage die hij oprichtte verder te zetten.
Nalatenschap van Lucien De Roeck (Jean-Michel Meyers)
Ten slotte kwam Jean-Michel Meyers getuigen over de nalatenschap van Lucien De Roeck. Aanvankelijk wilde hij 8000 documenten digitaliseren, maar het Vlaams Architectuurinstituut waarschuwde hem dat dit te ambitieus zou zijn. Vooral de inventarisatie die eraan vooraf ging, kostte veel tijd. Hiervoor moest hij ook een termenlijst opstellen voor grafisch ontwerp, want de termenlijsten van bijvoorbeeld het VAi waren daar niet op toegespitst. Dankzij deze inventarisatie kon Jean-Michel ontwerpen koppelen aan het eindresultaat. Het archief werd ook aangevuld met werk dat niet was bijgehouden in het eigen archief, maar wel elders.
Uiteindelijk beschreven en scanden ze zo’n 6100 documenten. Om het archief breder bekend te maken, maken ze nog een podcast en postkaarten. Alle documenten worden ook op een website ontsloten, waarbij de beschrijving wordt gekoppeld aan het beeld. Nu is het doel om een bewaarinstelling te vinden waaraan ze het archief kunnen overdragen.
Juridisch kader bij een artistieke nalatenschap (Stijn Michielsen)
Na de 3 getuigenissen gaf Stijn Michielsen (Cultuurloket) een samenvatting van de juridische aspecten die komen kijken bij een nalatenschap. Daarbij stelde hij 3 centrale vragen:
- Wat behoort tot je nalatenschap?
- Wat als je niets regelt?
- Wat kan je zelf ondernemen?
Het antwoord op deze 3 vragen vormt ook een stappenplan om een juridisch kader uit te werken. Ten eerste moet je je nalatenschap inventariseren en waarderen. Wat behoort tot je nalatenschap? Dat kan gaan om archief, kunstwerken, je atelier, je privévermogen, rechten, … Door aan al deze onderdelen verschillende waardes toe te kennen, kun je een doordachte keuze maken voor de meest geschikte juridische structuur.
Ten tweede denk je best na over wat er zal gebeuren als je niets onderneemt. In principe geldt dan het erfrecht en komt je nalatenschap bij je erfgenamen terecht. Zij kunnen die aanvaarden of weigeren. Als ze aanvaarden, moeten ze erfbelasting betalen. Het bedrag hangt af van de woonplaats van de overledene en de graad van verwantschap: hoe verder de verwantschap, hoe hoger de belasting.
Als je meerdere erfgenamen hebt, is er een reële kans op versnippering. Erfgenamen kunnen ervoor kiezen om de nalatenschap collectief te bewaren (‘onverdeeldheid’), maar ze kunnen op elk moment uit de onverdeeldheid treden, bijvoorbeeld als er verschillende ideeën zijn over wat er met de nalatenschap moet gebeuren.
Als je een hoge erfbelasting wilt vermijden, kun je ervoor opteren om de activiteiten verder te zetten in een familiale onderneming, om weg te schenken voor het overlijden, of een rechtspersoon op te richten. In deze gevallen is de belasting lager.
Als je ervoor kiest om wel iets te ondernemen, heb je verschillende opties.
- Een testament treedt in werking bij overlijden en kun je tijdens je leven herschrijven. Je kunt je testament opmaken bij een notaris of ‘met de hand’. Van wat je bij je overlijden nalaat, is sowieso de helft voorbestemd voor je kinderen. Met de andere helft mag je doen wat je wilt. Je betaalt een lagere erfbelasting als je nalaat aan de overheid, een vzw of een stichting.
- Een schenking doe je bij leven. Als de schenking wordt aanvaard, kun je hier niet meer op terugkomen. Je kunt schenken met een notariële akte of een handgift, maar een huis of atelier moet je altijd via een notaris schenken. Bij een notaris betaal je altijd schenkbelasting. Die is lager dan de erfbelasting en heeft ook een verminderd tarief voor schenking aan een vzw, stichting of de overheid. Bij een handgift betaal je enkel schenkbelasting als je de gift registreert, maar als je níét registreert en de schenker overlijdt binnen de vijf jaar, moet je toch erfbelasting betalen.
- Je kunt een controlestructuur oprichten. Op deze manier kun je versnippering tegengaan en is je nalatenschap geen deel van je privévermogen, waarop je belast wordt. Via een positie in het bestuur kun je nog controle behouden. Bij zo’n structuur komen wel administratieve formaliteiten en kosten kijken waar je rekening mee moet houden.

Interactie vanuit het publiek
Als je ervoor kiest om een juridische structuur op te richten, heb je opnieuw verschillende mogelijkheden, zoals een maatschap of een stichting. Alle informatie over deze structuren kun je nalezen in de brochure die Cultuurloket opstelde over nalatenschappen. Je kunt verschillende structuren combineren, bijvoorbeeld een vennootschap voor de materiële eigendom, maar een vzw voor de gebruiksrechten. Je formaliseert dit in juridisch bindende documenten, waarvoor je je best laat begeleiden. Je stelt ook best een cultureel ondernemingsplan op voor zaken zoals kosten, personeel, verzekering, …
Na de presentatie van Cultuurloket was er nog uitgebreid de kans om vragen te stellen. Hier werd vooral ingegaan op de kwestie van het ‘waarderen’. Hoe bepaal je de waarde van partituren of choreografieën? In principe mag je dit zelf inschatten, maar als de fiscus oordeelt dat de nalatenschap te laag gewaardeerd is, kan die dat betwisten. Het is belangrijk om ook de rechten mee te nemen binnen de waardebepaling. Sowieso is het belangrijk dat je een werk niet binnen het jaar voor meer geld verkoopt dan de waarde die je hebt opgegeven. Financiële gegevens zoals een verkoopprijs kunnen ook een aanduiding van de waarde van een werk zijn.
Duurzame bewaring van kunstenerfgoed – Casus Archief Philippe Van Snick (Benedicte Goesaert & Veerle Soens)
We startten de namiddag met een presentatie van Benedicte Goesaert (Philippe Van Snick Estate) en Veerle Soens (KB45, Boekentoren UGent) over de overdracht van het archief van beeldend kunstenaar Philippe Van Snick aan de Boekentoren UGent, elk vanuit hun eigen perspectief.
Philippe Van Snick was een in Gent geboren beeldend kunstenaar die lange tijd in Brussel woonde en werkte. Na zijn overlijden in 2019 richtte de familie in 2020 de Philippe Van Snick Estate op om zijn nalatenschap te beheren. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen het artistieke oeuvre, dat wordt beheerd door een burgerlijke maatschap, en het archief, dat onder het beheer van een vzw valt. Benedicte raakte vanaf het begin betrokken bij de estate als zelfstandig curator en kunstadviseur.
KB45, Kunst in België sinds 1945, is een onderzoeksgroep binnen de UGent die de situatie van hedendaagse kunst in België in kaart brengt en in een breder historisch en artistiek perspectief plaatst. De groep focust op kunsthistorisch onderzoek op basis van primaire bronnen en op archiefzorg ter ondersteuning van dat onderzoek, in nauwe samenwerking met de Boekentoren.
In 2023 zag de estate de Pilootprojecten Kunstenerfgoed als een opportuniteit om concreet aan de slag te gaan met de nalatenschap van de kunstenaar. In het kader van dit project droeg de estate een deel van het archief van Van Snick via een vrijwillige handgift over aan de Boekentoren, onder begeleiding van KB45. Voor de estate betekende dit een belangrijke stap: van denken naar doen. Voor Marijke (de partner van Van Snick) was beginnen aan dat proces het moeilijkste. Door de overdracht kon de estate een deel van de zorg uit handen geven. Het archief zou voortaan duurzaam en veilig bewaard worden en toegankelijk zijn voor onderzoek.
Ook voor KB45 en de Boekentoren bood het verwerven van het archief een grote meerwaarde. Door de estate te begeleiden bij het verwerken, waarderen en voorbereiden van het archief, werd niet alleen expertise gedeeld maar ook een vertrouwensband opgebouwd. Dat vormt de basis voor verdere samenwerking met de estate en het verkennen van onderzoeksmogelijkheden.
Het project verliep in drie fasen:
- Voorbereiding binnen de estate: In een eerste fase ging de estate zelf aan de slag met het archief. Alles werd genummerd, verpakt in zuurvrij materiaal en voorzien van een basisbeschrijving. Tijdens dit proces kwamen ook waarderingsvragen naar boven, zoals: behoren bepaalde schetsen tot het archief of eerder tot het artistieke oeuvre? Waar trekken we de grens tussen schets en kunstwerk? Wat doen we met deze stukken?
- Overdracht aan de Boekentoren: Na de feitelijke overdracht werden de interne protocollen en procedures van de Boekentoren toegepast. Er werd een archiefschema opgesteld en hiërarchische beschrijvingen gemaakt op stukniveau volgens de ISAD(G)-standaard. De stukken werden gedigitaliseerd, zuurvrij verpakt en opgeborgen.
- Archief online en onsite aanbieden: In de huidige, derde fase wordt het archief zowel online als ter plaatse toegankelijk gemaakt. Voor digitale ontsluiting klaart de Boekentoren ook de rechten die gelden op het materiaal. Ondertussen is een deel van het materiaal reeds raadpleegbaar via de website archiefphilippevansnick.be.
Panelgesprek fondsenwerving
Aansluitend vond een panelgesprek over alternatieve financiering plaats. Het gesprek belichtte verschillende ervaringen en uitdagingen bij fondsenwerving binnen de culturele sector. Panelleden waren Hans Roels (Logos Foundation), Leo Victor (Veerle Rooms Foundation) en Charlotte Rachels (testament.be). Het gesprek werd in goede banen geleid door Jelena Dobbels (FARO).
Organisaties en juridische structuren
De Logos Foundation ontstond in 1968 vanuit een groep geluidskunstenaars en werd in 1977 omgevormd tot een stichting van openbaar nut, zodat de muziekinstrumenten en klankinstallaties eigendom werden van de stichting en niet langer van de individuele kunstenaars. De stichting bezit momenteel twee gebouwen en het huis van de twee oprichters zal na hun overlijden aan de stichting geschonken worden. Daarnaast beheert de stichting een grote collectie van ongeveer 300 instrumenten.
De Veerle Rooms Foundation is een private stichting opgericht in 2012 rond het werk van grafica Veerle Rooms. De kunstenares wilde op deze manier haar werk en technieken doorgeven aan toekomstige generaties. Haar eigen werken, evenals een collectie werken van andere internationale kunstenaars, samen met haar woning en atelier, werden aan de stichting geschonken.
Testament.be heeft als missie om Belgen te sensibiliseren om een goed doel op te nemen in hun testament. Daarnaast ondersteunt de organisatie haar leden via workshops, events en een juridische helpdesk bij het verwerven van legaten uit erfenissen. Het lidmaatschap bij testament.be is betalend maar solidair. Charlotte wees erop dat legaten best niet worden ontvangen door een privépersoon, maar via een geschikte juridische structuur. Aangezien de wetgeving hierrond regelmatig wijzigt, is het aangewezen om hierover advies in te winnen van een jurist.
Inkomsten van de stichtingen
Voor zowel de Logos Foundation als de Veerle Rooms Foundation speelt vrijwilligerswerk een cruciale rol.
De Logos Foundation verloor in 2017 haar werkingssubsidies. Momenteel zijn er drie medewerkers in dienst, aangevuld met freelancers, de oprichters die nog vrijwillig actief zijn en een tiental langdurige vrijwilligers. Verder genereert de stichting inkomsten uit projectsubsidies en eigen activiteiten, zoals concerten en tentoonstellingen. In het verleden bracht de stichting ook een tijdschrift uit. Sinds het stopzetten daarvan merkt de organisatie dat het moeilijker wordt om een gemeenschap rond de werking op te bouwen.
De Veerle Rooms Foundation draait volledig op vrijwilligers. Dit zijn vooral (oud-)leerlingen en medewerkers van Veerle Rooms. Een grote uitdaging hierbij is dat deze mensen naast hun eigen carrière maar beperkte tijd kunnen investeren in de werking. De stichting haalt bijkomende inkomsten uit een vriendenwerking. Hoewel dit niet de grootste inkomsten genereert, blijft het aantal leden stabiel. De organisatie benadrukt hierbij het belang van teruggeven aan de leden. Dit doen ze bijvoorbeeld door jaarlijks een grafisch werk van een artist in residence aan te bieden.
Alternatieve financiering en giften
Beide stichtingen dachten ook al na over alternatieve financiering zoals giftenwerving.
De Logos Foundation ontvangt vooral giften van mensen die nauw betrokken zijn (of waren) bij de werking. Eerdere pogingen om structureel meer inkomsten te verwerven via giften bleken moeilijk vol te houden op lange termijn.
Ook bij de Veerle Rooms Foundation komt het merendeel van de giften uit de vriendenkring. Leden hiervan zijn voornamelijk personen waar Veerle Rooms mee samenwerkte of kennissen van haar leerlingen. De stichting vraagt zich af of ze de inzet van deze mensen gaat kunnen behouden als de persoonlijke band met Veerle Rooms vervaagt.
Hoe kan je financierders overtuigen van jouw project?
De Hogeschool Gent onderzoekt in samenwerking met testament.be het geefgedrag van de Belg in de legatenbarometer. 24% van de Belgen die openstaan voor het opnemen van een goed doel in hun testament zou cultuur als mogelijke bestemming overwegen. Er blijft dus nood aan verdere sensibilisering rond dit thema. Charlotte gaf enkele tips voor het aantrekken van giften. Ten eerste gaf ze aan dat het belangrijk is om je werking in de kijker te zetten. Zo kan je bijvoorbeeld de impact van een gift tonen aan bezoekers of uitpakken met materialen die je bewaart. Daarnaast is het belangrijk om de drempel voor giften te verlagen en schenkingen te durven vragen. Begin bij het toevoegen van een ‘steun’-knop op de website. Tot slot is het ook aangeraden om hier consequent over te communiceren en dat niet slechts éénmalig te doen.
Slotbeschouwing
Voor kleine stichtingen blijft het een evenwichtsoefening hoeveel tijd en middelen ze kunnen investeren in fondsenwerving. Zowel sprekers als publiek benadrukten dat de tijd die wordt gestoken in het aantrekken van giften of het schrijven van een projectsubsidiedossier ook een investering is, die niet altijd opweegt tegen de opbrengst.
Daarom klonk de oproep aan de overheid om sterker na te denken over hoe zij de overgang van levende kunstpraktijken naar erfgoedpraktijken kan begeleiden en ondersteunen.
Structurele werking - Bressers Architecten
Na de pauze gingen we in op hoe aandacht voor het archief wordt ingebed in de structurele werking. We hadden hiervoor Karen Vannieuwenhuyze te gast van Bressers Architecten, een van de oudste architectenbureaus van België. Bressers bewaart zijn eigen architectuurarchief. De inhoud gaat terug tot de oprichting in 1925 door Adrien Bressers (1897-1986) en loopt tot op vandaag. De waardevolle collectie, die zo’n 100 jaar Vlaamse restauratie- en architectuurpraktijk bestrijkt, omvat bouwtekeningen (schetsen, ontwerpplannen, presentatietekeningen zoals aquarellen, technische tekeningen...) en administratieve projectdossiers (briefwisseling, bestekken, foto’s...).
Bressers voerde tijdens de tweede ronde (2024/2025) een pilootproject uit. Het pilootproject focuste op het oude archiefgedeelte van de collectie (periode Adrien Bressers). Gezien de aard en toestand van de bouwtekeningen was de ontsluiting van deze stukken het meest urgent. De op maat van het bureau ontwikkelde beheermethodologie (basisbeschrijving en -digitalisering, waardering, gedetailleerde beschrijving, hoogwaardige digitalisering en online ontsluiting) werd aan de hand van drie casestudies, die elk zo’n tien projecten omvatten, getest en geëvalueerd. Het project streefde naar een duurzame methode die niet enkel een inhaalbeweging voor de volledige Bresserscollectie mogelijk maakte, maar ook andere architectenbureaus inspireert. Daarnaast was het pilootproject een opstap naar een vlotte ontsluiting van de collectie naar de buitenwereld toe.
Uit het project namen ze verschillende inzichten mee:
- Het aantal bouwtekeningen op voorhand inschatten is moeilijk, bv. ter voorbereiding van digitalisering.
- De waarde van de collectie is nu duidelijker, zowel intern als extern: intern voor de identiteitsvorming van het bureau, bv. om duidelijk te maken dat ze meer hebben gedaan dan enkel restauratiedossiers waarmee ze traditioneel geassocieerd worden, extern bv. in het kader van toegankelijkheid.
- Het netwerk van Bressers is versterkt en uitgebreid: naast de onroerend-erfgoedsector ook binnen de cultureel-erfgoedsector waar ze voor aanvang van het project minder linken mee hadden, en eveneens met de academische sector i.v.m. onderzoek van studenten.
- Bressers stelde vast dat ze in tegenstelling tot een klassieke erfgoedorganisatie best veel diverse profielen in huis hebben (personeelsleden met diverse vormen van expertise). Dit is handig om bv. een thesaurus op te stellen.
Er kwamen ook enkele uitdagingen naar voren:
- Digitaliseren is duur: dit was het voornaamste doel van het project en hiervoor werd een projectmedewerker aangeworven. Intussen is het project afgelopen en is deze medewerker vertrokken. Daardoor is het nu moeilijk om te metadateren binnen de structurele werking, want dat kost alleen maar tijd en (financiële) middelen.
- Een werking opzetten met stagiairs en vrijwilligers is tijdsintensief om hen passend te kunnen begeleiden. Er zijn bv. handleidingen nodig want stagiairs en vrijwilligers zijn zelf geen experten.
- Ontsluiting zorgt voor extra werk: er komen nu veel meer vragen van externen binnen en dat zorgt voor extra werk waarvoor ook een tariefplan moet worden opgesteld.
Nu het project is afgelopen, probeert Bressers de ontsluiting op te nemen in de structurele werking van het bureau, al blijft dit moeilijk:
- Er zijn in principe wel enkele werkuren vrijgemaakt voor archiefwerk, maar als er veel ander werk is, krijgt dat ander werk prioriteit.
- Er is een vzw opgericht (makkelijk om bv. vrijwilligers aan te trekken), maar de financiering daarvan komt voorlopig enkel vanuit het architectenbureau zelf.
- Financiering van de archiefwerking blijft een uitdaging. Door een jaar intensief met projectmiddelen te hebben gewerkt, zijn externe mogelijkheden allerhande wel duidelijker geworden, bv. op vlak van inzetbaarheid van jobstudenten en de verschillende mogelijke projectsubsidiekanalen en aan welke voorwaarden elke subsidielijn moet voldoen. Bressers stelt wel vast dat de budgetten per subsidielijn beperkt zijn en variëren afhankelijk van het type subsidielijn. Daarenboven vergt het heel wat tijd om een project uit te schrijven in functie van de beoogde subsidielijn. Het is ook noodzakelijk om alles op voorhand hiervoor goed te budgetteren en een tijdsindeling te maken. Gelukkig hebben ze hierin wel wat ervaring door het pilootproject.
Bressers besloot met dankbaarheid voor wat er kon gebeuren met de middelen die via het pilootproject werden verworven. Het project bracht grote motivatie teweeg binnen het bureau en de zin om ondanks beperkte tijd en middelen voort te doen. Het is nu de uitdaging om het werk van het voorbije jaar te bestendigen.
Getuigenis over het schrijven van een biografie - Publicatie Luc Brewaeys
De volgende presentatie ging in op het schrijven van een biografie. Als casus hiervoor ging Melissa Portaels in op het pilootproject (2024/2025) rond het oeuvre van componist Luc Brewaeys (1959-2015), een van de belangrijkste Vlaamse componisten van zijn generatie met internationale uitstraling. Als symfonicus pur sang vormen zijn acht symfonieën de hoeksteen van zijn oeuvre. Brewaeys’ muziek is gekend voor zijn virtuositeit, wervelende klanken en ongehoorde klankkleuren: honderden dansende noten kleuren de bladspiegel van zijn partituren. Hoewel het handschrift van Luc Brewaeys onberispelijk is, waren de handgeschreven partituren van diens symfonieën onvoldoende toegankelijk voor orkesten. In dit project nam Stichting Donemus Beheer de digitalisering van het materiaal op zich dat nog niet in digitale muzieknotatie was omgezet. Naar aanleiding van het 10-jarig overlijden van de componist zal van november 2025 tot april 2026 het festival Fasten Seat Belts verschillende composities ten uitvoer brengen in binnen- en buitenland.
Daarnaast werden via diepte-interviews gesprekken gevoerd met personen die nauw betrokken waren bij Brewaeys’ werkproces om meer inzicht te krijgen in de intenties en muzikale taal van de componist, aangezien er geen schetsen of kladversies van de symfonieën beschikbaar zijn. Brewaeys had tijdens zijn carrière zelf wel heel wat interviews gegeven die zijn muzikale taal duiden. Zo weten we bv. dat hij alles eerst in zijn hoofd uitdacht en het dan pas opschreef - vandaar dat er geen schetsen zijn. De interviews met de entourage van Brewaeys vormen de basis van een reizende tentoonstelling en een publicatie (aangeboden als randactiviteit bij het festival Fasten Seat Belts) waarmee een diepe duik genomen kan worden in de fascinerende partituren en kleurrijke muzikale taal van Luc Brewaeys.
De publicatie moet vooral de persoonlijkheid en het artistiek werk van Brewaeys vatten. Het werd dus geen klassieke biografie, wel een publicatie waarin via verschillende persoonlijke invalshoeken andere aspecten van de carrière en persoonlijkheid van de componist belicht worden. De publicatie moet daarom vooral zijn enthousiasme uitdragen. De titels uit de publicatie zijn quotes uit interviews met Brewaeys zelf, telkens over een ander aspect van zijn muziek. Om een samenhangend geheel te krijgen, werd wel wat vrij omgegaan met de citaten. De invulling van de publicatie gebeurde voorts aan de hand van zeven interviews, telkens vanuit een ander aspect van de carrière van Brewaeys. Er werd hiervoor met andere dirigenten, componisten, uitvoerders en zangers gepraat, zowel over de muzikale taal (bv. over het spectralisme en hoe Brewaeys dit invulde, of over hoe bepaalde muzikale effecten werden vormgegeven binnen een bepaalde orkestbezetting, of over hoe elektronische muziek in het kleurenpalet werd geïntegreerd), de samenwerking met Brewaeys alsook diens persoonlijkheid.
Elk interview duurde 1 à 2 uur. Opvallend was dat bepaalde zaken anders verteld werden door verschillende respondenten, wat de specificiteit van mondelinge bronnen en hoe ermee om te gaan benadrukt. Van de interviews worden samenvattende artikelen gepubliceerd op de website van Luc Brewaeys. De drie interviewers selecteerden hiervoor zelf de highlights uit de gesprekken. De volledige transcripties kunnen worden opgevraagd.
Slotwoord Departement Cultuur, Jeugd en Media
Het slotwoord van de dag werd verzorgd door Laurence De Bolle van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, initiatiefnemer van de pilootprojecten. DCJM blikte even terug op de voorbije jaren en bedankte iedereen - projectuitvoerders en projectpartners - voor dit leerrijke traject. Er zijn bruggen gebouwd en er is een motor aangeslagen in Vlaanderen omtrent kunstenerfgoed. De noodzaak hiervoor werd in 2022 steeds duidelijker, aangezien steeds meer hedendaagse kunstenaars hun oeuvre aan het afronden waren, maar het ontbrak aan een beleidskader om iets rond deze nalatenschappen te ondernemen. Regelgeving rond archiefzorg was vooral gericht op de kunstinstellingen en niet op andere actoren. De pilootprojecten probeerden daarentegen iedereen te bereiken en dit resulteerde in meer dan 90 projectaanvragen over de twee rondes heen en dit uit zeer diverse disciplines. Daarvan werden er 25 gehonoreerd. De projectdoelen waren eveneens zeer divers. Elk project had zijn eigen uitdagingen en samenwerkingen met erfgoedspelers bleken essentieel. Samen zorgden we voor een nieuwe invulling van het begrip ‘kunstenerfgoed’. De online inspiratiegids Aanbevelingen in de omgang met artistieke nalatenschappen - Een leertraject met 25 pilootprojecten biedt hiervan een mooie samenvatting.
Het beleid heeft zelf ook veel geleerd:
- Samenwerkingen zijn nodig.
- Kennisdeling is nodig, bv. over waardering.
- Er is tijd nodig voor reflectie.
- Emoties spelen een belangrijke rol.
- De waarde van de projecten lag niet enkel bij de projecten zelf, maar eveneens in dat de vonk is overgeslagen op de erfgoed- en kunstensector. Veel mensen willen nu aan de slag met kunstenerfgoed en zien wat mogelijk is.
DCJM ziet een nood voor de toekomst om verder te werken rond kunstenerfgoed. De nood was immers hoog, maar is dat nog steeds. Er komt dan ook een participatietraject aan waarin veel stakeholders bevraagd zullen worden. Wie wil wat doen (en wie doet wat al)? En hoe kunnen we deze initiatieven stroomlijnen tot een coherent geheel? Er zal hierbij niet top-down gewerkt worden, maar bottom-up, rekening houdende met hoe de erfgoedsector dit zelf georganiseerd wil zien. Bestaande bewegingen (positionering CKV enerzijds en initiatieven rond danserfgoed anderzijds), zullen hierin ook worden meegenomen. Tot slot ziet DCJM ook een noodzaak tot een overkoepelend platform rond kunstenerfgoed dat als eerste aanspreekpunt kan dienen binnen het decentraal model dat gehanteerd wordt binnen de dienstverlening en het collectiebeheer voor kunstenerfgoed.
Auteurs: Christopher De Keyser (AMVB), Justine Van Gysel (CEMPER) en Birthe Verscuren (CEMPER).